1904-02-02 fancyfair

1904-02-02
STADSNIEUWS. Fancy-fair.
Voorbereidselen. We willen weer eenige nadere bijzonderheden meedelen. Ten eerste, het publiek inlichten omtrent een belangrijk punt: het te dragen toilet. De president van het comité schrijft voor: visitetoilet in den Schouwburg zoowel als op de fancy-fair.

Gisterenmorgen om tien uur reeds stond het vol menschen voor het plaatsbureau; de Schouwburgzaal is voor Donderdagmiddag bijna uitverkocht. De leden der commissie staan nu dezen dan genen te woord, de heer Den Tex houdt voortdurend audiëntie, de heer Cüypers is bijna niet meer te vangen.

“Herrie, herrie, herrie!” was alles, wat we vanmorgen uit hem konden krijgen.
En dat is het juiste woord voor den toestand op het oogenblik. In de groote zaal is tot nu een chaos van stukken timmerwerk, halve tentjes, meters-lange lappen doek. De pilaren worden in vierkante geornamenteerde kastjes geborgen, de bloemtent staat al ongeveer en nog worden massa’s planken aangedragen, de verf wordt in emmers omgeroerd, een jongmensch zit voor een naaimachine grof linnen te naaien. In de buurt van Arabië ontmoeten we mannen met opgestroopte mouwen of gekleed in witte jassen, gezicht en haar en handen wit, alles wit van de gips. Hier zijn de beeldhouwers in hun element. En de schilders vinden het ook een heerlijk werkje voor de variatie eens te verven.
De harem op het marktplein is al gereed, beschilderd met goud en rijke kleuren. Boven alle poorten staan Arabische opschriften te lezen, beteekenend: „Allah zij met I” ‘, of “Allah de Grootste”.
Terwijl de heer Hesselink mij rondleidt en toont waar de pottenbakker en de goudstikker komen te zitten, waar de Bedouïnentent zal zijn, komt een echte Arabier uit Tunis met hem spreken over de waren, die er verkocht zullen worden. In de straat, naar het Marktplein komen namelijk tentjes met snuisterijen, vruchten, noga enz.
Die echte Arabier speelt nu een groote rol, maar als de vertooning aan den gang is, dan doet hij niet mee. Dan zijn ’t bijna allemaal Nederlandsche kunstenaars, die voor Arabieren spelen.
Het zijn, behalve de heeren Hesselink en Poort, de heeren Legras (die zes jaar in Arabië gewoond heeft en volgens wiens teekeningen en ontwerpen deze afdeeling geheel wordt ingericht), Gebhard (de groote “Heilige”), Monnickendam, Reyenga, Breman, Deutmann, Simon Mans, Bourgignon, De Vries, Krabbé, Hanau, Stroth, Van Blaaderen, Garms, Knap, Van Beever, Van der Tonge, Court Onderwater, Philippona Fastbender, Langeveld, Spoor en Smout. De dames, die hier meewerken, zijn mej. Van Dantzig (de bruid van den Grooten Heilige), mevrouw Krabbé, mejuffrouw De Meijere en mejuffrouw Dake.
Behalve de vertooning van de bruiloft zal men er dansen kunnen zien, b. v. de Fantasia en ook vrouwendansen.
De harem is alleen toegankelijk voor dames.
Op het Marktplein zullen kinderen op Arabische ezeltjes kunnen rondrijden; wat zal het daar gezellig en schilderachtig zijn!
Maar heel schilderachtig zal ook worden de kamer van Jan Steen, waaraan weer andere kunstenaars hun beste krachten wijden.
Jammer, dat die zoo ver van Oud-Holland af ligt, want daar hoorde zij toch eigenlijk thuis, maar dat kan zeker niet anders.
In deze afdeeling werken mee de schilders Prins, Van Oort, Hulk, Frankfort, Reicher, Van Kesteren, Nijenhoff, Dekker, Overmen, Hobbe Smith en Gorter. En behalve mevrouw Kappeyne van de Coppello, mevr. Nijenhoff, mevr. Kogel, mej. Osieck, mej. Versteegh, mej. Hulk en mej. Prins.
De eene wand van de kamer wordt gevormd door een prachtig stuk oude eikenhouten lambriseering, te leen uit het Panoramagebouw. Daartegenover komt een schouw met tegels, daarboven een balustrade, waarop muzikanten zitten.
Donderdagmiddag wordt hier een dans uitgevoerd door eenige jongelui: de jongedames Hulk en Prins, en de heeren Osieck, Dake, Gerdes en Hartmann. Daarbij zal de heer Nijenhoff, gezeten op een ton, muziek maken.
Er zal in dit echte Jan Steen-interieur een bijzonder heerlijke en toch goedkoope Rijnwijn geschonken worden in groote oude bokalen; verder worden er oud-Hollandsche pijpen verkocht en oud-Hollandsche liedjes.
Op een uithangbord, dat voor de kamer komt te prijken, zal men kunnen lezen:
Hoe staat gij stijf en ziet,
Gij zijt mijn broer, kent gij mjj niet?
Serviteur, mon frère.

een kopie van een echt uithangbord uit de 17e eeuw.
Op den achtergrond van de kamer komt een klein tooneeltje, waar Jan van Oort zijn geestige Chat-Noir zal vertoonen. Hierbij wordt muziek gemaakt door den heer J. Beyrlee. O. a. wordt de intocht van H. H. M M. te Amsterdam in 1898 vertoont. H. Hx.