Levensfeiten

Het ouderlijk gezin bestond uit:

Vader: Boudewijn De Court Onderwater, geb. 1845; vennoot in vennootschap Firma De Court en co; inkoop en ontvang in consignatie van granen en ook vasten handel in teer, pik, matten, zeildoek, steenkolen, slijp en molensteenen e.d.


Moeder: Henriette Wilkens
, geb. 1854


Zijn zuster: Wien
, geb. 1876. Op de foto met haar man Karel, huwelijk 1896


Henk: geb. 1877


Nel, geb. 1879


Op foto’s zien we hem met beugels om zijn onderbenen. Het zou een gevolg van polio kunnen zijn, dat zijn onderbenen verlamd raakten en dat hij daarom de beugels droeg. We hebben hier niets over gevonden. Het zou wel veel verklaren. Op de eerste foto hierboven lijkt hij een jaar of 4. Het zou goed kunnen dat hij in zijn laatste levensjaar het postpoliosyndroom heeft gekregen. Pas recent weet men dat dit 15 jaar na kinderverlamming kan gebeuren en dat veel oud-polio patiënten dan opeens flinke klachten krijgen en rust moeten nemen.

meer over polio en het post polio syndroom

Polio, oftewel kinderverlamming, kwam tot de vaccinaties in 1957 in Nederland veel voor en leidde tot verlamming in armen en/of benen, soms ook van de ademhaling. Recent is ontdekt dat de ziekte aanwezig blijft en 15 tot 40 jaar na de eerste aanval tot klachten kan leiden, van vermindering van spierkracht, soms ook in voorheen normaal functionerende spieren; vermindering van uithoudingsvermogen; ongewone en snelle vermoeidheid; spier- en/of gewrichtspijn; slecht verdragen van kou; in een enkel geval ademhalings- en slikproblemen.
Deze klachten worden veroorzaakt doordat zenuwtakjes die na de polio werden gevormd en de verbinding van de spiervezels met het ruggenmerg gedeeltelijk herstelden, geleidelijk aan hun functie verliezen. Chronische overbelasting blijkt een belangrijke factor te zijn bij het post polio syndroom. Advies: grote lichamelijke inspanning vermijden en rust nemen bij optredende vermoeidheid.

(uit Medisch Contact:) Het verminderen van overbelasting door een afname van fysieke activiteiten en het nemen van rustintervallen is een belangrijk aspect van de behandeling. Dit moet echter bewust worden aangeleerd. Mensen die polio hebben gehad, hebben vaak van jongs af aan geleerd hun lichamelijke klachten te negeren en door te zetten. Deze houding kan de klachten van het postpoliosyndroom verergeren. Dat de ziekte die was overwonnen, opnieuw problemen geeft, leidt dan ook tot veel onzekerheid en acceptatieproblemen. Voor deze tweede periode van handicapverwerking is vaak psychosociale begeleiding nodig.

(prof Nollet AMC;  postpoliosyndroom; medisch contact over de onderschatte gevolgen van polio; rivm over polio)

[collapse]

Henk’s leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:
1 Zus Nel geboren (18-05-1879)
2 Grootmoeder van vaderszijde overleden (16-06-1880); grootvader van vaders zijde was al in 1876 overleden
14 Oom HT trouwde met CA (28-01-1892)
15 Oom FA trouwde met PH (21-01-1893)
16 Rotterdamse academie voor Beeldende Kunsten (1893)
18 Grootmoeder van moeders zijde overleden (06-08-1895)
18 Zus Wien trouwde met Karel Lotsij (29-07-1896)
19 Parijs: Académie Julian (1896 – 1900)
19 Nicht Karla geboren (25-05-1897)
21 Nicht Jetty geboren (02-07-1899)
23 of 24 Brugge (1901)
24 Heeze, Volendam, Dordrecht
24 Nicht Jetty overleden (16-01-1902) – Expositie in Katwijk: Kunst, visserij en handel (1902)
25  expositie Amsterdam (1903) met Kantwerksters te Brugge en Moeder en kind
25 Nicht Jet geboren (05-04-1903)
25 Schreef zich in in de gemeente Laren op 5 juni 1903 en werd lid van de club van tien (1903)
25 Grootvader van moederszijde overleden (30-04-1903)
26 Won Willinck van Collen prijs met schilderij Oude Vrouw (ca 14 april 1904). Dit schilderij kwam via een verloting terecht bij notaris Miseroy te Amsterdam – wereldtentoonstelling St Louis (Missouri): hier werd een groot Laren’s binnenhuis-schilderij (125 bij 152) bekroond met een zilveren medaille (1904)
27  Overleden, door zelfdoding

Hij heeft in korte tijd enorm veel geschilderd:  56 schilderijen en gouaches,  ca 60 tekeningen en meer dan 100 schetsen.

Uit de brieven krijgen we een indruk van

  • bezorgdheid om hem: Vrienden/kunstschilders Van Blaaderen en Schulman waarschuwden hem voor Preijer, die zijn werk verkocht in Amerika. “Laat hij het je niet te mooi of te lekker voorspiegelen zodat jij je misschien door een contract zou verbinden” (4 maart 1905)
  • zijn liefdesleven, het lukt hem niet: in feb. 1905 schrijft hij Nel: Ik zat tusschen een mooi jong getrouwd vrouwtje en een heel lief jong meisje. Maar ik heb het nog niet beet. Jij moet me maar eens zeggen hoe je dat zoo al voelt.
    en over een avondfeest in Amsterdam: Ik ga er niet heen daar ik dan in rok of zoiets moet gaan en toch niet kan dansen.
    In deze tijd (onder) trouwden een paar van zijn vrienden, vaak met welgestelde dames, zoals van Blaaderen (huwelijk 1905 met Riet Hoogendijk) en Jacques Snoeck (huw 18 jan 1906 met Lucie Broedelet).
    In zijn brieven aan Nel schreef hij niet over zijn eigen liefdesleven. Nel en hij hadden een bijzondere broer-zus relatie, getuige de correspondentie en ook de herinnering van de enige zoon van Nel (herinnering van kleinzoon van Nel).
  • zijn uitputting in april 1905: Vriend/kunstschilder Roland Larij schreef hem omdat hij gehoord heeft dat Henk op non actief is gesteld vanwege overspannenheid. “Misschien is alles een beetje te vlot gegaan
    Hij schreef hem onder andere “En nu ontmoette ik je papa die mij vertelde dat je door veel werken en slecht voor je lichaam te zorgen je wat overspannen had.

Bij zijn ouders thuis maakte hij op 8 mei 1905, een einde aan zijn leven. In de overlijdensakte staat als tijd genoemd half 9 voormiddags (‘s ochtends).
De kleinzoon van Dolf en Nel, Boudewijn Elise Chabot, vertelde me dat zijn vader hem vertelde dat hij hiervoor een revolver heeft gebruikt. Zou hij die al gedurende zijn ziekbed bij de hand hebben gehad? Of heeft hij een vriend erom gevraagd? Gerrit Willem van Blaaderen, die hem nog kort tevoren op zijn ziekbed schilderde?

1901 Salon in Parijs: Garde malade

Een van de eerste werken die Henk instuurde lijkt erop: garde la malade. Hij stuurde het in voor een expositie in Parijs in 1901. Denkend aan zijn eigen jeugd?

De enorme hoeveelheid en de kwaliteit van zijn kunstwerken hebben mogelijk het uiterste van hem gevergd.

Nicolaas van Harpen, oud-journalist en kunsthandelaar in Laren schreef (bron: Krantebericht) over de worsteling met zijn zwakke en gebrekkige lichaam:
Hij werkte onafgebroken, niettegenstaande zijn sterke geest voortdurend met een zwak en gebrekkig lichaam had te worstelen. Hij zag zijn arbeid het vorig jaar bekroond met de Willink van Collenprijs op Arti, met de zilveren medaille van St. Louis en goede bestellingen van kunstkopers. Teneinde zich in een andere omgeving wat te verfrissen, trok hij deze winter met met Joop Dooyewaard naar Nunspeet, waar hun beider vriend Briët woont. Daar werd hij ongesteld. Na een verblijf te Dordrecht in de ouderlijke woning, ging hij op advies van de dokter met zijn moeder naar Wiesbaden, vanwaar hij pas was teruggekeerd, toen de dood een einde aan dit zo veelbelovende leven maakte. De Laarder schilderskolonie treurt met de familie en de vele vrienden om het te vroege verlies van de begaafde jonge collega, die zij innig liefhadden om zijn vele goede eigenschappen als mens en als kunstbroeder.

Op http://www.devalk.com/kunstenaars/court/court.html zag men het als een wanhoopsdaad: Voor Court Onderwater zelf, van aard uiterst gevoelig en tamelijk melancholiek, was de confrontatie met hun beweeglijkheid een steeds duidelijker accent op zijn onmacht. Het werd een obsessie voor hem, die tenslotte resulteerde in een fatale daad. Tijdens een bezoek aan zijn familie in Dordrecht pleegde hij in een bui van diepe neerslachtigheid zelfmoord. Dit gebeurde in 1905 toen hij nog slechts 27 jaar oud was. De gehele Larense schildersgroep was diep geschokt door deze volkomen onverwachte wanhoopsdaad.
Men was het er over eens dat hiermee een jong en begaafd schilderstalent verloren was gegaan. Nagelaten werken tonen ook overtuigend zijn onmiskenbare kwaliteiten en zijn Gooise werken zijn verbonden met de Larense school.

C. van Son schreef in het tijdschrift van het Willemsfonds op 1 juni 1905: Het droevigst en meest tragisch geval is echter de plotselinge dood van den 27-jarigen schilder H. Th. de Court Onderwater, wien ik de eer had persoonlijk te kennen en van wien velen de schoonste verwachtingen koesterden. Niemand minder dan Jozef Israëls zag in zijn jongensteekeningen een toekomstig talent. Ruim vier jaren studeerde de jonge kunstenaar te Parijs en toen hij even meerderjarig naar zijn geliefd Holland en zijn vaderstad Dordrecht terugkeerde, stuwde zijn neiging hem in de richting van het interieur, het clair-obscur, waarin onze grootmeesters van de oude en nieuwe scholen zoo bizonder uitmuntten.
Hij werkte in Brabant, later in het Gooi, dat Hollandsche Barbizon. Daar waar de oorspronkelijke kleederdracht nog eenigszins vooral bij de naburige visschersbevolking der Zuiderzeekust bewaard is gebleven, sloot hij zich aan bij de Laarder Schilderkolonie en met negen andere jonge artisten werd de in korten tijd naam makende Club de Tien opgericht. Door die jongelui werd gewerkt, gestreden en geleden, ’t laatste niet het minst, want het kunstenaarsleven télt oneindig meer dagen van strijd en teleurstelling dan van triomf. Toch Court, zooals hij kortweg genoemd werd, had over dit laatste niet te klagen. In 1903 werd hem op de Amsterdamsche tentoonstelling de eerste prijs van het Willink Van Collen-fonds toegekend voor zijn portret van een boerenvrouw en op de Wereldtentoonstelling te St. Louis verleden jaar behaalde hij de zilveren medaille, met een kapitaal doek « Melkschenkende boerin », o. m. in The Studio afgebeeld. Hij had succes en werd gewaardeerd, niet alleen om zijn zeer veel belovend talent, maar om zijn mooi karakter en beminnelijke persoonlijkheid. Hij behoorde tot die edele naturen van wie men naar waarheid kan getuigen ; er was geen kwaad in hem.
Ik heb de onder bloemen bedolven baar door zestien zijner kunstbroeders naar de laatste rustplaats zien dragen en nog weer eens verstard gestaan voor ’t mysterie van leven en dood. Dit heengaan vooral was een tragedie.

Jan P. Koenraads schreef in “Laren en zijn schilders”, 1985: “Een ernstig lichaamsgebrek waardoor hij zich moeilijk kon voortbewegen, maakte hem uiterst kwetsbaar en dit leidde soms tot zwaarmoedige buien. Ondanks de hartelijke vriendschap die hem  betoond werd deprimeerde zijn gebrek hem vaak. Dit leidde tot … (de zelfmoord). Pagina 90/91. Ook van Beever  was zwaarmoedig, schrijft hij: “maar desondanks was hij een doorzetter in zijn kunst. De Court Onderwater, een veelbelovend jong kunstenaar, miste de kracht om door te leven met zijn gebrek.”


De reden waarom ik me zo in het leven van mijn verre oom (de oom van mijn oma) verdiept heb, was dat ik wilde begrijpen waarom hij zich van het leven beroofde. Ik bleek niet de enige, getuige ook bovengenoemde vrienden van hem. De meest plausibele verklaring lijkt me te liggen in zijn “gebrekkige lichaam”, dat mogelijk te maken kreeg met een opleving van polio, een mogelijkheid die ik pas eind augustus 2019 ontdekte en waar in die tijd nog geen kennis over bestond. Het valt niet meer te verifiëren, ook niet of hij wel polio gehad heeft.

Karla Mulder