Terug naar Nieuws

William Singer, Martin Borgord en Richard E. Miller

In het boek Club de Tien, door Peter van der Ploeg, okt. 2021, las ik deze zin:

Martin Borgord was bevriend met de Amerikaanse schilder William Singer (1863-1943) en diens vrouw Anna Singer (1873-1962)., de latere stichter van het Singermuseum, en kwam met hen rond 1902 vanuit Parijs naar Laren.<span class="su-quote-cite">Peter van der Ploeg</span>
Peter had me al eerder gewezen op de tekening links onder en had hem herkend als Martin Borgord.

Martin Borgord (1866-1935):


Het verhaal over Borgord en Singer, samen terugkomend uit Parijs, herinnerde me aan het originele bord waarop Borgord in het midden staat met nog wat heren eromheen


Wie zijn die anderen? Ik had eerst geen idee, maar zouden onderstaande schetsen niet William Singer (1868-1943) kunnen voorstellen?
Maar: er staat een andere naam bij de foto links en de man op de middelste foto heeft geen sik. Waarschijnlijk heeft Henk hier dus toch iemand anders getekend.

Maar die tekening rechts onder? Misschien Richard E. Miller?

Het drietal was bevriend, allen schilderden.
Richard E. Miller, (1875-1943) was in Parijs vanaf 1898 tot 1902 en was  in ieder geval in 1903 in Nederland, mogelijk ook wel eerder.
In 1902 kwamen Singer en Borgord vanuit Parijs naar Laren.
In 1912 maakte Miller een dubbelportret van William en zijn vrouw Anna Singer. Ook schilderde hij Martin Borgord.
Martin Borgdorf schilderde William en Anna Singer.  En Henk schetste hen mogelijk alle 3.
Misschien is Miller wel de man rechtsonder  op de tekening?
Dit is echt meer een gok op basis van het feit dat Borgord, Miller en de Singers bevriend waren en Henk die zo prominent Borgord in het midden plaatste.

Ik polste Peter van der Ploeg wat hij ervan vond en hij raadde me aan om contact te leggen met Helen Schretlen. Zij schreef over de Singers. “Loving Art, The William and Anna Singer Art collection”. Zie ook een stukje van haar in Tussen Vecht en Eem, uit 2015
En gelukkig kreeg ik snel via email contact en antwoordde Helen: “Inderdaad kende het groepje elkaar, ze waren dik bevriend bovendien, dat is wel duidelijk. Er is zeker gelijkenis tussen de portretten van Martin Borgord, Richard Miller ook lijkt me, maar William Singer overtuigt mij niet. Hij had een snorretje en een klein sikje, maar beslist geen baard, zoals de figuur rechts boven.


Hieronder links het dubbelportret Anna en William Singer, rechts Borgord: beide geschilderd door Miller (voor 1912).


Ook Borgord schilderde William Singer en Anna Singer-Brugh.

Meer over de Singers:
Ze kwamen samen met Borgord en nog een 4e persoon (mogelijk Miller?) naar Laren in mei 1902, logeerden eerst in hotel Hamdorff. Aanvankelijk wilden ze maar een paar maanden blijven. Vanaf mei 1903 woonden ze in een Villa met atelier in de tuin die Hamdorff voor hen liet bouwen. Ze huurden het.
De Noor Borgord nam hen in de zomer van 1903 mee naar Noorwegen, waar William zich direct thuis voelde: I have found my country
In 1903 (mogelijk voor onderweg in Noorwegen)  kocht hij een handig boekje in zakformaat van Henry David Thoreau: Thoreaus thoughts. Thoreaus ideeën over het zoeken van afzondering, over ecologie, natuur, consumptiebeperking en milieubescherming spraken hem sterk aan. Thoreau schreef in 1854 Walden, de beschrijving van zijn een poging om een tijdlang eenvoudig te leven in een zelfgebouwd huisje in een bos vlak bij een meer.
In Nederland inspireerde het Frederik van Eden in 1898 tot zijn eigen Walden.
In de zomer van 1904 vroegen ze de eigenaar van het hotel waar ze verbleven voor hen een hut (Akershusiske)  te laten bouwen. Dit leek hun nieuwe vaderland, hier voelden ze zich thuis.

In 1905 was het klaar en vanaf 1913 zouden ze hier vele zomers doorbrengen. Schilderen, vissen en jagen, terwijl Anna muzikale avonden met vrienden organiseerde.

Zij woonden tot juli 1905 in Laren, vertrokken toen voor even naar Parijs , waar ze verbleven ze in hun vaste huur-appartement met atelier aan de boulevard de Montparnasse.
Daarna reisden ze door naar de Verenigde Staten naar Pittsburgh. De ouders van William hadden een nieuw landgoed Edgehill manor, waar ze de drukte industriestad konden ontvluchten.
In het voorjaar van 1907 vertrokken ze naar New York en na een paar weken naar de kunstenaarskolonie Lyme. Ze keerden weer terug naar Williams ouders en maakten in mei 1908 het gouden huwelijk mee van zijn ouders. Hierbij kreeg elk der 4 kinderen 4 miljoen. Singer sr desires to see his children comfortably settled in life, vermeldde de New York Times hierover.
In 1911 kochten ze een stuk grond in Laren en lieten er een Villa bouwen, het kreeg de naam Villa de wilde zwanen https://onh.nl/verhaal/villa-de-wilde-zwanen-laren