Zijn werk

We zochten en vonden op internet de tentoonstellingen waar hij aan deelnam. Uit correspondentie weten we ook dat kunsthandelaar A. Preijer zijn werk goed verkocht in Amerika. Klik op de afbeelding, vaak staat er nog meer informatie onderaan.

We plaatsten de schilderijen bij elkaar, de tekeningen en de schetsen. Daarnaast deelden we het werk in op thema: (zelf)portretten, portretten, gezin, binnenshuis interieurs, buitenshuis en grafisch werk.

We hebben goed in beeld welk schilderij in welk museum hangt en vooral bij wie het thuis hangt, soms hebben we alleen een foto van een veilinghuis. Overzicht

Onder de atelierfoto’s maakten we een chronologisch overzicht van de exposities waar hij zijn werk voor instuurde. In de rechterkolom staat soms een recensie of beschrijving. Hierdoor konden we achteraf werken herkennen.


1897 1 aug – 1 sept. Amsterdam,  ‘Internationale Tentoonstelling van Reclame-Middelen’ Telegraaf, 2 aug. 1897

?
1897 21 dec. Den Bosch.

?

1899 Parijse Salon. Telegraaf, 17 mei

De beschrijving is: een zwartkrijttekening, een NoordHollandse boerin voorstellend.
Mogelijk een van deze 2?
Boerenmeisje jongevrouw naar beneden kijkend

1900, 7 april – 7 juni:  Salon des artistes, Parijs
Bron: in een grote loods met glazen dak en houten, niet geheel afgesloten zijwanden.
? een Hollands binnenhuisje

1901, 1 mei: Salon des artistes, Parijs
Garde malade: Henk de CO nam in 1901 deel aan een Salon in Parijs, zie: http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k207012d.r=Catalogue%20illustre%20du%20Salon,%201879-1914.langFR en zoek links in de table de matieres zijn naam.
Garde malade (zorgen voor de zieke). Gallica.bnf.fr



1902: 4 mei -22 juni. Rotterdam, Tentoonstelling van Leevende Meesters. Vierjaarlijkse tentoonstelling van Kunstwerken Bron (pag. 7, nr 42)


De kantwerksters

Kantwerksters te Brugge.
Uit encyclopedie van Scheen:
1969 opgenomen in encyclopedie Van Scheen: in Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950, door P.A. Scheen, 1969
1902: Katwijk aan zee: ‘Schilderijen Tentoonstelling van Hollandsche Meesters’ tijdens de ‘Nederlandsche Visscherij- en Schilderijen-Tentoonstelling’ van 3 juli tot en met 30 september 1902.
Volendammer visser
1902-11-07 Volendammer_Visscher
recensie Volendammer Visscher


bron, nieuws van de dag 18 juli 1902


1903: Amsterdam, Sint Lucas 13e jaarlijkse tentoonstelling, 10 mei tot 15 juni. Bron Artindex

Is dit de Portretstudie? Breed geschilderd en warm van ietwat olijfbruine kleur. Iemand van zuidelijke afkomst

boerin die voor de haard een rozenkrans bidt
Dit moet wel het landelijke vrouwtje zijn die voor de keukenhaard haar paternoster zit te bidden

Uit recensie Nieuws van de dag 18 mei 1903:

1903, april – mei of oktober-november: Amsterdam, Arti et Amicitiae. Er waren 2 tentoonstellingen.

?

1 augustus 1903: Oprichting De Tien. Henk werd penningmeester en was één van de 9 leden van deze Club van Schilders.
Bron: Nieuws van de dag, 3 augustus 1903:
WETENSCHAP EN KUNST.
Onlangs heeft zich te Laren (Gooiland) gevestigd eene Club van Schilders, in Gooiland woonachtig. Het doel is: groepsgewijze te exposeeren. Deze club draagt den naam van “De Tienen”, omdat het hoogst getal leden tien mag, zijn. Voorloopig hebben zich slechts negen aangesloten, namelijk de heeren: Aug. Legras, S. Deutman, H. C. de Court Onderwater (als president, secretaris en penningmeester); voorts de heeren L. van der Tonge, Broedelet, Van Schooten,  Wolter, Van Beever en Gebhard.

Thans heeft deze club eene tentoonstelling saamgesteld te Hilversum, in het lokaal voor wame-spijs-uitdeeling, aan het Melkpad, welk lokaal keurig voor dat doel is ingericht. De tentoonstelling bestaat uit etsen, aquarellen en schilderijen, te zamen 54 in getal, waaronder vele taferelen uit Gooiland.

Heden, 1 Augustus, is de tentoonstelling geopend; zij zal veertien dagen duren. Het voornemen is, na afloop van de vierjaarlijksche tentoonstelling te Amsterdam, eene te houden te Dordrecht.

Vanaf augustus 1903: Diverse tentoonstellingen van de dan net opgerichte Club van Tien, de eerste tentoonstelling vindt plaats in Hilversum,  van 2 tot en met 16 augustus 1903, in de grote zaal van ‘het gebouw der spijsuitdeeling’, ook wel aangeduid als de ‘soeploods’.  Daarna volgen tentoonstellingen in Groningen, Apeldoorn, Zutphen en Deventer.


1903, 31 juli-21 aug.  Hilversum. Eerste tentoonstelling van schilderijen, aquarellen, teekeningen en etsen, vervaardigd door  de Gooische Schildersclub De Tien.
De Melkschenkster
Singer museum 1902

portret zijaanzicht jonge vrouw, Parijs
Zou dit het “roodharig juffertje “zijn?

Voorstudie Oude Vrouw

vrouw en kind bij spinnewiel

1903, 5 aug. De Gooi en Eemlander Over expositie de Tien
1903, 5 aug. zelfde artikel, maar verderop over HdeCO

Groningen: tentoonstelling van schilderijen en teekeningen der Gooische Club De Tien.

1903 5 sept. expositie in Groningen; Henk verkocht 2 stukken aan tentoonstellingscie

Bron

?
1903, 12 september – 15 november: Amsterdam, Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters, Stedelijk Museum Bron
Moeder en kind
moeder met kind
Moeder en kind. Mogelijk een van deze schilderijen. De afmetingen en beschrijving van de bovenste komen goed overeen met Mother with a Child van Artnet).
Algemeen handelsblad van 23 sept. 1903 noemt het: een moeder met kind met goed licht erin
Wikipedia over deze tentoonstellingen van Kunstwerken van Levende Meesters

 


1904, 19 tot 26 januari, Arnhem: tentoonstelling van schilderijen en teekeningen der Gooische Club De Tien. bron

?
1904: 2 feb., Amsterdam. Henk deed mee aan een fancy fair met een Arabisch dorp, waarbij veel kunstenaars betrokken waren; georganiseerd door Legras, ingericht door leden van Sint Lucas.

Het  werd georganiseerd tijdens de Feestweek voor 25 jaar Koningin- moeder Emma.
Bron affiche

2 feb 1904, Algemeen Handelsblad, nieuwe Amsterdamse courant hierover

1904-02-02

STADSNIEUWS. Fancy-fair.

Voorbereidselen. We willen weer eenige nadere bijzonderheden meedelen. Ten eerste, het publiek inlichten omtrent een belangrijk punt: het te dragen toilet. De president van het comité schrijft voor: visitetoilet in den Schouwburg zoowel als op de fancy-fair.

Gisterenmorgen om tien uur reeds stond het vol menschen voor het plaatsbureau; de Schouwburgzaal is voor Donderdagmiddag bijna uitverkocht. De leden der commissie staan nu dezen dan genen te woord, de heer Den Tex houdt voortdurend audiëntie, de heer Cuijpers is bijna niet meer te vangen.

“Herrie, herrie, herrie!" was alles, wat we vanmorgen uit hem konden krijgen.
En dat is het juiste woord voor den toestand op het oogenblik. In de groote zaal is tot nu een chaos van stukken timmerwerk, halve tentjes, meters-lange lappen doek. De pilaren worden in vierkante geornamenteerde kastjes geborgen, de bloemtent staat al ongeveer en nog worden massa's planken aangedragen, de verf wordt in emmers omgeroerd, een jongmensch zit voor een naaimachine grof linnen te naaien. In de buurt van Arabië ontmoeten we mannen met opgestroopte mouwen of gekleed in witte jassen, gezicht en haar en handen wit, alles wit van de gips. Hier zijn de beeldhouwers in hun element. En de schilders vinden het ook een heerlijk werkje voor de variatie eens te verven.

De harem op het marktplein is al gereed, beschilderd met goud en rijke kleuren. Boven alle poorten staan Arabische opschriften te lezen, beteekenend: „Allah zij met I" ', of “Allah de Grootste".

Terwijl de heer Hesselink mij rondleidt en toont waar de pottenbakker en de goudstikker komen te zitten, waar de Bedouïnentent zal zijn, komt een echte Arabier uit Tunis met hem spreken over de waren, die er verkocht zullen worden. In de straat, naar het Marktplein komen namelijk tentjes met snuisterijen, vruchten, noga enz.

Die echte Arabier speelt nu een groote rol, maar als de vertooning aan den gang is, dan doet hij niet mee. Dan zijn 't bijna allemaal Nederlandsche kunstenaars, die voor Arabieren spelen.

Het zijn, behalve de heeren Hesselink en Poort, de heeren Legras (die zes jaar in Arabië gewoond heeft en volgens wiens teekeningen en ontwerpen deze afdeeling geheel wordt ingericht), Gebhard (de groote “Heilige"), Monnickendam, Reyenga, Breman, Deutmann, Simon Mans, Bourgignon, De Vries, Krabbé, Hanau, Stroth, Van Blaaderen, Garms, Knap, Van Beever, Van der Tonge, Court Onderwater, Philippona Fastbender, Langeveld, Spoor en Smout. De dames, die hier meewerken, zijn mej. Van Dantzig (de bruid van den Grooten Heilige), mevrouw Krabbé, mejuffrouw De Meijere en mejuffrouw Dake.

Behalve de vertooning van de bruiloft zal men er dansen kunnen zien, b. v. de Fantasia en ook vrouwendansen.
De harem is alleen toegankelijk voor dames.
Op het Marktplein zullen kinderen op Arabische ezeltjes kunnen rondrijden; wat zal het daar gezellig en schilderachtig zijn!

Maar heel schilderachtig zal ook worden de kamer van Jan Steen, waaraan weer andere kunstenaars hun beste krachten wijden.
Jammer, dat die zoo ver van Oud-Holland af ligt, want daar hoorde zij toch eigenlijk thuis, maar dat kan zeker niet anders.
In deze afdeeling werken mee de schilders Prins, Van Oort, Hulk, Frankfort, Reicher, Van Kesteren, Nijenhoff, Dekker, Overmen, Hobbe Smith en Gorter. En behalve mevrouw Kappeyne van de Coppello, mevr. Nijenhoff, mevr. Kogel, mej. Osieck, mej. Versteegh, mej. Hulk en mej. Prins.

De eene wand van de kamer wordt gevormd door een prachtig stuk oude eikenhouten lambriseering, te leen uit het Panoramagebouw. Daartegenover komt een schouw met tegels, daarboven een balustrade, waarop muzikanten zitten.

Donderdagmiddag wordt hier een dans uitgevoerd door eenige jongelui: de jongedames Hulk en Prins, en de heeren Osieck, Dake, Gerdes en Hartmann. Daarbij zal de heer Nijenhoff, gezeten op een ton, muziek maken.

Er zal in dit echte Jan Steen-interieur een bijzonder heerlijke en toch goedkoope Rijnwijn geschonken worden in groote oude bokalen; verder worden er oud-Hollandsche pijpen verkocht en oud-Hollandsche liedjes.

Op een uithangbord, dat voor de kamer komt te prijken, zal men kunnen lezen:
Hoe staat gij stijf en ziet,
Gij zijt mijn broer, kent gij mjj niet?
Serviteur, mon frère.

een kopie van een echt uithangbord uit de 17e eeuw.

Op den achtergrond van de kamer komt een klein tooneeltje, waar Jan van Oort zijn geestige Chat-Noir zal vertoonen. Hierbij wordt muziek gemaakt door den heer J. Beyrlee. O. a. wordt de intocht van H. H. M M. te Amsterdam in 1898 vertoont. H. Hx.

Ik vond nog een tekst, nu van H.M. Krabbé:

Toen ik daareven van het Oostersch feest op de Fancy-fair gewaagde en van de beide ontwerpen van het Arabisch dorp sprak, had ik moeten bedenken dat zonder Johan Gebhard het feest zeker niet had kunnen slagen. Hij was de Marabout of wel de groote Heilige en daar de vertooning die de Lucas-leden gaven een huwelijksfeest bij de Arabieren voorstelde en hij de bruidegom was zou zonder hem deze voorstelling niet mogelijk zijn geweest.. Gehuld in een groote bruine burnoes, de witte lahfaïa om 't hoofd, zag hij er zoo echt uit, sprak hij het Arabisch met zoo’n keelstem en kuste hij de bruid zoo deftig op 't voorhoofd, dat iedereen meende, dat hij voor deze gelegenheid uit zijn geboorteland, Arabië was overgekomen. Gebhard heeft trouwens ruim drie jaar in Algiers doorgebracht en had zich daar geheel en al ingeleefd, zoodat 't voor hem en Le Gras niet moeilijk was Arabieren voor te stellen.

Bron: Op de Hoogte, jan. 1905

[collapse]

1904, feb en maart: Rotterdam, kunsthandel Oldenzeel organiseerde een tentoonstelling van schilderijen en teekeningen der Gooische Club De Tien (1904).

Bron
een binnenhuis

Stevige kritiek, vooral om dat het niet nieuw is, door P. in maandblad Onze kunst
1904, april: Amsterdam. Eerste prijs in Willink van Collen wedstrijd. Dit betreft een jaarlijkse wedstrijd, georganiseerd door Arti et Amicitiae,  voor alle Nederlandsche kunstenaars, binnen het Rijk metterwoon gevestigd en den ouderdom van 30 jaren nog niet bereikt hebbende”.[2] Later werd de leeftijd opgetrokken naar 35 jaar. De schilderstukken moesten ongesigneerd worden ingeleverd en werden anoniem beoordeeld. Er werd door de jury een eerste prijs toegekend, een premie en soms een accessit (eervolle vermelding). Bron voor 1e prijs
voorstudie Oude Vrouw
voorstudie Oude Vrouw
foto
Recensie Nieuws van de dag 18-04-04, door AO Loffelt


BEELDENDE KUNST. Tentoonstelling in „Arti”. Tot de portretten wensch ik ook te rekenen de beeltenis van een “Oude vrouw”, een boerin, met wit mutsje en halsdoek, door den veelbelovenden jongen schilder De Court Onderwater, naar ik meen een Dordtenaar van geboorte, evenals Jan Veth. Zou de oude glorie van de Merwestad in haar schilders weer gaan glanzen? Dat boerinnetje met haar bleek, ietwat bloedeloos teint en roode randjes om de oogen is lang niet een type van landelijke schoonheid of welvarendheid en eer een ziekelijke verschijning. Doch de kunstenaar heeft het wijfje met zooveel sympathie bestudeerd, zoo fraai en doorwrocht geschilderd, dat men haar beeltenis niet met onverschilligheid kan aanzien. De ziel, het wezen van het bloedarme oudje, boeit ons onwederstaanbaar. Bovendien is het stuk meesterlijk geschilderd. Reeds nu heeft de gelaatskleur dat email-achtige, dat aan oude kunst soms zulk een bekoorlijkheid geeft. Met veel overleg en smaak heeft De Court Onderwater haar misschien bij haar kostuum ook wenken gegeven. Wat staat dat randje roode baai boven den halsdoek uitkijkende, fraai bij het wit en de bleeke vleeschkleur. Gaat Onderwater in die richting door, dan zal hij op onze tentoonstellingen een voor velen aantrekkelijk inzender zijn. A. 0. LOFFELT.

[collapse]
Brief van Henk aan zijn ouders als hij gelezen heeft dat hij de prijs heeft gewonnen

Ik lees juist vanavond in de courant dat ik de Willink van Collen-prijs heb gekregen in Arti et Amicitiae met H. Luns en Wolter de laatste een goede vriend van me.
Het doet me verduiveld veel genoegen vooral omdat het is met een oud vrouwtje dat al zo moeilijk is er iets goeds van te maken. Nu zal ik het wel verkopen aan de verloting ook.
Het is een begin van het jaar en hoop ik nu maar dat het een beetje beter zal gaan….”
Enkhuizen, 14 april 1904

[collapse]
Recensie Nieuws van de dag, 18 april 1904 bron

Op 28 december 1904 wordt dit werk verloot door Art et Amicitia, het bedrag is bestemd voor een jonge kunstenaar. Notaris Miseroy wordt de eigenaar.
Verloting_1904
Hij heeft het mogelijk geschilderd in Rijsoord volgens E. van Dooremalen (onderzoeker schildersdorp Rijsoord). Zij schreef ons: “De krullen en de witte hoofddoek (een soort keuvel) behoren bij een Zuid-Hollandse klederdracht. Klederdracht die ook nog rond 1900 in Dubbeldam werd gedragen, maar ook op het IJsselmonde en in de Hoekse Waard. Rond 1900 kwamen vele (buitenlandse) kunstenaars naar de kunstenaarskolonie Rijsoord (tussen Dordrecht en Rotterdam) om dit soort klederdrachten te schilderen.


1904 15 juli. Hilversum, gebouw der warme spijsuitdeling: 2e expositie De Tien. Bron
De Telegraaf schrijft er over, in totaal zijn er 41 schilderijen. Henk toont er 5 bron

Larensche deel (kippen voeren)
Larensche deel/kippen voeren
De Melkschenkster, Singer_56-1-163
Melkschenkster 1902

De studie: “Marretje”, een portret, de kleur ervan is uitmuntend, en het kwijnende in den melancholieken kop is wonderwel uitgedrukt.
Welk werk zou dat zijn? Het lijkt nog niet in onze verzameling te zitten.

4 Larensche binnenhuizen, waarop moeders en kinderen en lichteffect bron. Mogelijk naast het binnenhuis hierboven ook deze 2 hieronder.
Op 30 juli 1904 heeft hij Marretje, Kippenvoeren en de melkschenkster verkocht bron

Larens boeren interieur

vrouw met baby schilt aardappelen (zelfde als vorige)

23 juli 1904 Over 2e expositie
1904 1 augustus Arnhemse courant

15 augustus 1904, Haarlem, expositie de Tien, bron

?
1904 17 okt – 21 oktober. Baarn, expositie De Tien. Bron
?

De Telegraaf over deze expositie. en: “ook de werken van De Court Onderwater verdienen, als steeds, groote waardeering

1904: 14e wereldtentoonstelling St Louis (Missouri) 30/04/1904 – 01/12/1904: zilveren medaille, gekregen in 1905.
Catalogus

Larens binnenhuis
museum Dordrecht olieverf op doek, 126 x 152,5 cm schenking familie De Court Onderwater, 1905 In 1905 bekroond met een zilveren medaille op de wereldtentoonstelling in St Louis (Missouri). Zijn ouders schonken het in 1905 aan het Dordrechts museum. Daarna bekleedde het daar jarenlang een ereplaats in de Haagse Schoolzaal.

1955-08-05_over_hdco_50jaar_na_overlijden

Dordrechts Nieuwsblad, 8 mei 1955: 50 jaar na overlijden Henk

Arti nov 1904
Kritische recensie over de hele najaars Arti expositie (november-december) in Amsterdam, dd 12-11-1904. Bron Algemeen handelsblad

Een interieur met een verlichte moederfiguur..
Deze misschien?


1905, circa 25 jan. en dan 2 weken? Hengelo beursgebouw: expositie van De Tien.

Interieur te Huizen. We hebben op deze site nog geen werk met deze titel


Bron, door AC Loffelt

1905, feb. Dordrecht, Henk heeft werk met interieurs ingezonden, volgens het krantenberichtje.

interieur werkplaats

Boerin schilt aardappels

melkgietend meisje
31 x 38 cm Olieverf op doek, gesigneerd. Voorzien van rijkversierde oorspronkelijke lijst. Prijsklasse: € 1.000 – 5.000

recensie nieuws van de dag 23-02-1905

Ik heb 3 schilderijen gezocht met pannen en potjes, dit zou van toepassing kunnen zijn op de schilderijen die de recensent zag.

Op 15 mei 1905 hing er nog “een stukje” van hem bij de 15e expositie van Sint Lucas, met een rouwfloers om de lijst. Bron

Huizer binnenhuis. Welke zou het zijn? Een stukje met heel mooie kleurtjes, schreef een recensent op 27 mei

1905 27 mei recensie over 15e expositie

1905: Luik, 15e wereld tentoonstelling. (27 april – 6 november; hier heeft hij niet aan deelgenomen, was het wel van plan)


Hij had het schilderij Oude vrouw weer willen insturen, maar de eigenaar, notaris Miseroy, wilde het niet zo lang uitlenen.
1905-03-03 Amsterdam: : Notaris Miseroy over tentoonstelling: hij wil schilderij Oude Vrouw niet afstaan;

1905: 10 mei, kunsthandel L. Schulman, Laren, exposeerde zijn portret en een zijner laatste werken: Laarder meisje

15-henk
vermoedelijk deze foto.
Wie zou het Laarder meisje zijn?

1905 10 mei: L. Schulman exposeert portret H de CO en Laarder meisje


1938: 1e prijs: (posthuum) kunstzaal Hamdorff te Laren: Werk van overleden Gooische Meesters. Ook zijn “Voor den spiegel” werd hier geëxposeerd.
Uit het programmaboekje:

voorstudie Oude Vrouw
voorstudie Oude Vrouw

Een recensent beschreef: “Voor den spiegel” alsvolgt:  “Het van kleur zo deftigen figuurstuk, als fluweel zo diep is het zwart van rok en jak dezer boerenvrouw voor den spiegel in haar eenvoudige wooning met den witten wand, welke, rijp van toon, prachtig samenstemt met het zwart.”
We kennen het werk nog niet.

In 1938 is de Oude Vrouw voor deze expositie uitgeleend door mevr. Miseroy, dochter van de eerste eigenaar, notaris Miseroy

1938-jubileum_01
Jubileum tentoonstelling 1938